Waarom artsen antidepressiva blijven voorschrijven

Leestijd: 7 minuten
Deze week was er in de media veel te doen rond de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche en zijn aanklacht tegen de farmaceutische industrie en de psychiatrie. Hij vindt dat er veel te veel antidepressiva worden voorgeschreven en is van mening dat dit schadelijk is voor de volksgezondheid. Ik had een déjà-vu- ervaring. Al jaren lees ik in de media berichten waarin een lange stoet deskundigen vertelt dat bewezen is dat antidepressiva zeker bij milde depressies niet effectief zijn, dat de bijwerkingen ernstig zijn, dat wetenschappelijk onderzoek met negatieve uitkomsten niet gepubliceerd wordt en dat deze middelen veel minder vaak voorgeschreven zouden moeten worden. Je zou verwachten dat het gebruik van antidepressiva door deze enorme stroom publicaties, aanbevelingen, richtlijnen en adviezen (zie literatuur) inmiddels fors zou zijn afgenomen. Het tegendeel is het geval.

Epidemie

Er vond sinds 2002 een toename van zo’n 25 procent plaats. De afgelopen 20 jaar is er zelfs sprake van een verdubbeling, van ongeveer 550 duizend gebruikers in 1997 naar een schokkende 1,1 miljoen gebruikers nu. Om te begrijpen hoe dat kan, is het nuttig om depressiviteit en het gebruik van antidepressiva te benaderen als een maatschappelijk en cultureel verschijnsel. We zullen de depressiviteitsepidemie nooit echt gaan begrijpen door alleen te hameren op de bedenkelijke rol die de farmaceutische industrie speelt, zoals Gøtzsche nu doet. De boodschap van de ziekmakende farmaceutische marketeers heeft een vruchtbare bodem nodig en die is in onze maatschappij ruimschoots aanwezig. Om te begrijpen hoe dat werkt, is het verhelderend om te zien hoe depressiviteit als ziekte in Japan werd geïntroduceerd.

Net zo ziek als wij

De Amerikaanse wetenschapsjournalist Ethan Watters beschrijft in zijn boek Crazy Like Us  hoe de farmaceutische industrie begin deze eeuw alle mogelijke moeite deed om de Japanse markt te openen voor antidepressiva. Dat lukte in eerste instantie slecht, omdat Japanners geen last bleken te hebben van depressies.*

Niet dat Japanners zich nooit somber, neerslachtig, angstig of eenzaam voelden. Dat voelden ze zich wel, maar ze hadden er alleen letterlijk ‘geen last van’. In de Japanse cultuur met haar sterke boeddhistische invloed werden gevoelens die wij relateren aan depressiviteit niet als onwenselijk gezien. Gevoelens van verlies, somberheid en verdriet werden verwelkomd als inzicht gevende, betekenisvolle ervaringen die degene die ze ervaart eraan herinnert dat het leven vergankelijk is. Je kunnen verbinden met dergelijke gevoelens werd gezien als een teken van diepgang en kracht en niet als een ziekte of een teken van zwakte.

Japanners zaten dus helemaal niet te wachten op middelen die deze gevoelens bestrijden. Om haar product te kunnen verkopen, moest de farmaceutische industrie dus eerst een behoefte creëren. Japanners moesten gaan geloven dat ze ziek waren, zodat ze medicijnen zouden gaan gebruiken waarvan ze geloofden dat ze er beter van zouden worden. Dat lukte door een uitgekiende mediacampagne waarin de zelfmoord van totaal overwerkt kantoorpersoneel (onterecht) gekoppeld werd aan depressiviteit.**  Inmiddels zijn Japanners bijna net zo ziek als wij.

Geluk is te koop

De farmaceuten hadden het maatschappelijke geloof in het belang van ‘succes’ en de druk van de economie die voortdurend moet blijven groeien nodig om hun medicijnen aan de man te kunnen brengen. Dat gegeven werpt ook licht op onze maatschappij, die zo bevattelijk is voor het idee van depressiviteit als ziekte dat zowel artsen als patiënten blijven geloven dat ze niet zonder geneesmiddelen kunnen.

Iedere dag worden we overspoeld door reclames die ons laten geloven dat geluk te koop is. De boodschap is dat je iets nodig hebt om gelukkig te zijn. Om je die dingen te kunnen veroorloven moet je hard werken. Zo ontstaat de overtuiging dat geluk maakbaar is: je bent gelukkig als je je doelen bereikt hebt en succesvol bent. Maar als je gelooft dat je iets moet doen om gelukkig te zijn, moet je steeds nieuwe doelen verwezenlijken, want ‘stilstand is achteruitgang’. Ons hele economische model van een economie die voortdurend moet blijven groeien is gebaseerd op dat idee. Er moeten steeds meer dingen verkocht worden die wij nodig hebben om gelukkig te zijn. Het is een steeds harder ronddraaiende tredmolen waar je bijna niet aan kunt ontsnappen.

Falen

Maar we hebben niet alleen spullen nodig om gelukkig te zijn. We moeten ook onszelf verwezenlijken in een voortdurend proces van persoonlijke groei. Er bestaat een heuse geluksindustrie van coaches, trainers en schrijvers die ons vertellen dat je, als je hun adviezen opvolgt, al je dromen kunt verwezenlijken, zodat je niet meer ongelukkig hoeft te zijn. Als je niet gelukkig bent, heb je het gewoon nog niet begrepen. Je moet dan nog iets leren.

Gevoelens die wij associëren met ongelukkig zijn, beschouwen we bewust of onbewust steeds meer als falen. We doen kennelijk iets niet goed, we schieten te kort want die gevoelens horen er niet te zijn. We proberen die onwenselijke gevoelens daarom zoveel mogelijk te vermijden. We worstelen in stilte, maar die moeilijke gevoelens dienen zich toch steeds weer aan.

Afhankelijkheid

En daar zit het probleem, want zoals de Japanners oorspronkelijk beter begrepen dan wij, zijn dergelijke gevoelens onlosmakelijk verbonden met dit vergankelijke, onbestendige bestaan. Als het niet langer lukt het onvermijdelijke te vermijden en het bassin van opgespaarde gevoelens leegloopt, dan is dat een heftige en zeer beangstigende ervaring. Als we zo totaal uit het lood geslagen zijn, is het prettig als deze ontregelende ervaring als een ziekte gelabeld wordt, want dat bevrijdt ons eindelijk van het idee dat we iets verkeerd doen. We staan dan ook open voor de suggestie van een noodzakelijk medicijn. De maatschappij heeft ons immers laten geloven dat we altijd iets nodig hebben om gelukkig te zijn. Zo bezien speelt de farmaceutische industrie eenvoudigweg haar rol in dit grote spel van de gecreëerde behoefte.

Verslaafd

Het is bekend dat het placebo-effect de voornaamste reden is dat antidepressiva werken. We zijn als maatschappij bereid om daar heel veel geld voor te betalen. Dat geld betalen we niet omdat we geloven dat antidepressiva het probleem op zullen lossen. Dat dat niet gaat gebeuren is wel duidelijk. Sinds de introductie van deze middelen is het aantal gevallen van depressiviteit niet gedaald, maar juist explosief gestegen. Ze zijn een onderdeel van het probleem. We geven al dat geld uit aan deze middelen om ons geloof in succes en eeuwigdurende groei in stand te houden, om onze angst voor de vergankelijkheid en onze nietigheid op afstand te houden. We betalen dat geld om vast te kunnen houden aan ons volledig misplaatste geloof dat het leven controleerbaar en geluk maakbaar is. Dat geloof maakt ons afhankelijk. We zijn niet ziek, we zijn verslaafd. Verslaafd aan prestaties, producten en uiteindelijk aan pillen.

Compassie

Een tirade tegen de farmaceutische industrie en tegen de psychiatrie lost dit probleem niet op. Als je het iemand het middel afneemt waar hij van afhankelijk is, leidt dat op z’n best tot een verplaatsing van het probleem, maar de gevolgen kunnen ook veel ernstiger zijn.

In het betoog van Gøtzsche mis ik compassie. Compassie met de psychiaters en huisartsen die over het algemeen hun uiterste best doen. Compassie met de patiënten die dankzij deze medicatie kunnen blijven functioneren in deze malle maatschappij. In de reacties uit de beroepsgroep proef ik dat dat steekt.

Transformatie

Om het gebruik van medicatie werkelijk terug te dringen, is een diepgaand maatschappelijk transformatieproces noodzakelijk. Dat transformatieproces moet beginnen bij het individu. Alleen het individu kan besluiten niet meer achter de wortels aan te blijven rennen die ons voorgehouden worden. Alleen het individu kan besluiten niet meer weg te rennen voor zijn eigen schaduw. Als je niet meer wegloopt en je weerstand loslaat, komen er in jezelf  dingen in beweging***. Het transformatieproces dat dan ontstaat is niets iets wat je doet het is iets wat je laat gebeuren.

Dat is geen gemakkelijke weg. Het is een fundamenteel loslaten van de controle, en dat kan te beangstigend zijn. Als iemand die zelf geworsteld heeft met depressieve gevoelens en angsten ben ik me daar terdege van bewust. Je kunt volledig verstrikt zijn geraakt in het gevecht met je gedachten en gevoelens.

Paradox

Ondanks het feit dat ik net als Gøtzsche vind dat er veel te veel antidepressiva voorgeschreven worden, komt het toch regelmatig voor dat ik patiënten aanraad het advies van de arts op te volgen en te beginnen met medicatie. Patiënten vechten vaak lang en hard tegen het nemen van medicatie. Ook dat wordt namelijk ervaren als falen en opgeven.

Ik hoop dat duidelijk is geworden dat juist mogen falen en kunnen opgeven voorwaarden zijn voor herstel. In mijn ervaring is het moment dat beginnen met antidepressiva vaak het moment is waarop mensen eindelijk kunnen stoppen met vechten. Zo kan in de bestaande situatie en met de overtuigingen die in onze cultuur nu eenmaal bestaan een middel dat mogelijk niet werkt paradoxaal genoeg een onmisbare stap zijn in het genezingsproces.

Ons grote gelijk

Peter Gøtzsche stelt grote misstanden aan de kaak en ik denk dat dat hard nodig is. Maar als acupuncturist besef ik misschien beter dan veel andere mensen dat de waarde van een behandeling slechts beoordelen op basis van koude statistiek onvolledig is en veel patiënten niet helpt. Ik wil Peter Gøtzsche, alle artsen en behandelaars én mezelf eraan blijven herinneren dat onze mening en ons grote gelijk veel minder belangrijk is dan de wezenlijke behoeftes van de mensen die zich aan ons hebben toevertrouwd.

Als je dit artikel waardeert, kun je je abonneren op dit blog. Aanmelden kan in de rechterkolom bovenaan de pagina. Je kunt ook op de hoogte blijven door me te volgen op Facebook. Het artikel delen, kan onderaan deze pagina.

* Er bestond in Japan wel een aandoening die lijkt op wat wij nu een ernstige depressie zouden noemen (utsubyô), maar dat was een zeldzame en ernstige psychiatrische aandoening.

** De overwerkte Japanners pleegden geen zelfmoord omdat ze depressief waren, maar omdat ze zich schaamden. Ze haalden hun targets niet doordat de Japanse economie na het grote succes van de jaren tachtig begon te haperen. Japan heeft een eeuwenlange traditie waarin zelfmoord een geaccepteerde manier is om je eer te redden.

*** Het woord ‘emotie’ komt van het Latijnse woord emovere, dat ‘in beweging brengen’ betekent.

             Literatuur

  1. Verbeek et al., GGZ in tabellen 2011, Trimbos instituut 2012
  2. http://geneesmiddelenbulletin.com/artikel/antidepressiva-bij-depressie-een-kritische-beschouwing/
  3. http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1777224/2003/04/14/Een-toverbal-tegen-neerslachtigheid.dhtml
  4. https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/twijfels-over-ssris.htm
  5. Abrams en A. Lubbinge, ‘Nederland over antidepressiva’ TNS Nipo april 2005
  6. https://www.nrc.nl/nieuws/2008/02/27/antidepressiva-werken-nauwelijks-beter-dan-placebo-11494370-a432330
  7. https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-depressie-tweede-herziening
  8. http://www.depressie.org/docs/antidepressiva.pdf
  9. E. Waters, ‘Crazy like us’, Free Press july 2009
  10. Berger D (Sep 2005. ‘Antidepressant clinical development in Japan: Current perspectives and future horizons”(PDF). Clinical Research Focus. 16 (7): 32–5. September 2005

 

 

 

 

5 reacties

  1. Mooi artikel! Geeft mij weer nieuwe inzichten, bedankt!

  2. Dank je wel Willem, voor het delen van je inzichten in duidelijke en begrijpelijke taal. Het voelt heel waardevol om meer inzicht te krijgen in mijn persoonlijke proces en elke stap is er weer één. Medicatie was ook voor mij een onverwachte stap richting genezing, ook al voelde ik dat op dat moment niet en overheerste zeer zeker teleurstelling. Nu voelt mijn basis steeds steviger en durf ik meer en meer mijn gevoelens toe te laten, ook de minder leuke en de heftige emoties. Jouw behandelingen en onze gesprekken hebben mij ontzettend geholpen. Dankbaar ben ik. Ik wens je heel veel succes in Haarlem en we zien elkaar vast weer in 2017. Groetjes Cindy

  3. Geweldig artikel en zó waar. Dit zouden heel veel mensen moeten lezen. Heel veel succes in Haarlem! Groeten, Nanda Oud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *